Het College van B&W van de gemeente Eindhoven heeft in de vergadering van 16 april de ‘Subsidieregeling Cultuur Eindhoven 2019-2020’ vastgesteld. De uitvoering daarvan wordt gemandateerd aan de directeur van stichting Cultuur Eindhoven. Nieuwe subsidiebesluiten worden dus gedaan namens het college en vallen onder de werking van Algemene Subsidieverordening (ASV) van de gemeente Eindhoven. Dat betekent dat stichting Cultuur Eindhoven geen ‘eigen’ openbaar gezag meer uitvoert en niet langer als bestuursorgaan kan acteren.

De nieuwe subsidieregeling is op 30 april 2019 gepubliceerd en vanaf deze dag rechtsgeldig. Je vindt de nieuwe regeling hier op onze website  samen met de ASV. Aangezien de artikelen van de ASV in de nieuwe regeling niet herhaald worden, zijn beide voorschriften van toepassing.
De subsidieregeling is op een paar punten aangepast.
Op het gebied van aanvraag en verantwoording van de subsidies is het verstandig om de volgende artikelen goed door te nemen: 5, 18, 25 en 30.
 
Wat betekent dit voor de aanvragers
Voor het Snelgeldfonds kan het subsidieproces onmiddellijk hervat worden. Het is voor Cultuur Eindhoven weer mogelijk om aanvragen in behandeling te nemen en daarover te beslissen.

PLUS-projecten
De organisaties die vóór 1 maart een aanvraag hebben ingediend worden rechtstreeks geïnformeerd over de planning van advisering en besluitvorming.
De volgende deadline voor een projectenronde is 1 juni 2019. De aanvragen kunnen worden ingediend nadat het college het subsidieplafond voor deze ronde heeft gepubliceerd. Op het moment is nog onduidelijk wanneer dit zal gebeuren. 
 
Wat betekent dit voor stichting Cultuur Eindhoven
De Raad van Toezicht heeft zich afgelopen weken ingespannen om in overleg met de gemeente tot een oplossing te komen waarbij recht zou worden gedaan aan het raadsbesluit van 26 januari 2016. Daarmee werd nadrukkelijk beoogd om de uitvoering van het subsidiebeleid voor de periode 2017-2020 op afstand van de gemeente te laten plaatsvinden. De mandaatconstructie die de gemeente heeft gekozen, is voor de toezichthouders onbevredigend en teleurstellend. In deze constructie heeft de Raad van Toezicht geen eigen sturende bevoegdheid meer. De Raad van Toezicht heeft daarom unaniem besloten om met ingang van 1 mei collectief af te treden. Conform de statuten van de stichting is het college bevoegd en gehouden om zo spoedig mogelijk nieuwe leden van de Raad van Toezicht te benoemen. 

De gehele verklaring van de RvT is hier terug te lezen.