02 maart 2018

Verslag Staat van Cultuur: (groot)stedelijke dynamiek

De tweede avond van De Staat van Cultuur vindt plaats in filmhuis De Zwarte Doos. Het thema is Grootstedelijke Dynamiek. (Voor het gemak spreken we af dat Eindhoven een grote stad is.)

Als het publiek eenmaal op de bioscoopstoelen zit heet Oscar Kocken hen welkom. De vorige editie heeft Kocken geleerd dat je niet alle sprekers tegelijk naar voren moet roepen, omdat het dan een beetje chaotisch kan worden (zo bleek), dus vanavond krijgen we drie keer twee gasten.

Te beginnen met Yasin Torunoglu van de PvdA (‘als je eenmaal weet hoe je mijn achternaam moet uitspreken is hij eigenlijk heel eenvoudig’) en Remco van de Craats, van designstudio Edhv.

‘Eindhoven is me overkomen,’ vertelt Remco, die opgroeide in Sint-Oedenrode. Dat hij koos voor de Design Academy was eigenlijk omdat hij de dienstplicht wilde ontduiken en verder niets kon bedenken. ‘Maar ik had niet beter terecht kunnen komen.’ Eindhoven lag vroeger op z’n gat, vertelt de ontwerper. Hij zag iedereen naar Rotterdam vertrekken, want dat was voor design the place to be. Maar hij bleef. En ja, daar kwam ondernemerschap bij kijken, iets wat hij zelf moest leren. Maar nu gaat het goed met Eindhoven, mede door mensen als hij. Design bloeit. Wel moeten we ervoor waken dat we dat behouden, dat er kantoorruimte wordt gefaciliteerd - bijvoorbeeld in de vorm van wooncoöperaties - en dat we het beginnende designers niet te moeilijk maken. Ook moeten we erop letten dat niet alle aandacht naar technologie gaat; die verhouding dreigt uit balans te raken; er is steeds minder ruimte voor het rauwe en voor vernieuwers. De nieuwe generatie gaat het lastig krijgen, zegt Van de Craats. ‘De creatieve industrie is fragiel.’

Yasin deelt die angst wat minder. ‘Al zie ik wel dat de verhouding tussen technologie en design nog beter kan.’ Als hij kijkt naar Strijp-S dan beseft hij dat het ruwe daarvan af is gegaan. Het is gesteriliseerd en daardoor bruist het niet meer. Torunoglu houdt ervan als er mogelijkheden zijn voor cultuur, ook als dat vernieuwende cultuur is, en kunst. Als jongetje in Tongelre kwam hij nooit in aanraking met kunst en cultuur. Zonde. Meer cultuur en kunst in de wijken dus, vindt hij. Gebruik daar ook vooral tijdelijke ruimte voor. Leegstaande panden en dergelijke.

Tijd voor het tweede duo: Saskia Lammers, de cultuurwoordvoerder van GroenLinks, en Frits van Hout, lid van de raad van bestuur van ASML. Wanneer Oscar opmerkt dat Saskia bijna lijkt te stralen als ze vertelt over kunst dan zegt ze: ‘Ik hou nu eenmaal van cultuur.’ Ze is tevreden over Eindhoven, maar ook heeft ze zorgen. ‘We zijn het hart van de maker verloren,’ zegt ze. ‘We presenteren vooral ánderen op festivals en dergelijke.’ Alles kant en klaar. Het aanbod mag groter en diverser, vindt ze. Dus ook marginale kunst en kleinere initiatieven.

Frits ziet in de toekomst juist graag concerten van U2 in Eindhoven. Mainstream cultuur, grote evenementen. Zodat de buitenlandse techneuten die wij hard nodig hebben niet kiezen voor Berlijn of Londen. Want wil Eindhoven zijn concurrerende positie behouden, dan hebben we die mensen echt nodig.
Bij het horen van de bandnaam U2 vormt het gezicht van Saskia zich tot een grimas. ‘Prima, maar ook creativiteit op elke straathoek graag, náást die grootschalige dingen.’ Want bij de vernieuwers, daar begint de innovatie; door hen gaat het bruisen.

Uit het publiek een vraag aan Frits: ‘Heeft ASML eigenlijk een kunst- en cultuurfonds, zoals Philips dat indertijd had?’

Helaas, nee, dat is niet zo. Toch staat Frits open voor financiële bijdragen aan de sector. Aan de stad, eigenlijk. Vanwege de expats. Het moet hier aantrekkelijk voor hen zijn.

Dan het laatste duo: Marcel Oosterveer van de VVD en Angelique Bellemakers van Woonbedrijf. Die laatste is erg trots op recente projecten als Space-S, waar de nieuwbouw is ontwikkeld in samenspraak met de toekomstige bewoners, en op hun cultuurfonds, bestemd voor sociaal-maatschappelijke projecten in de buurten. Wel heeft ze last van de Woonwet. ‘Er mag steeds minder, daardoor is er steeds minder ruimte voor nieuwe initiatieven.’ Het wordt allemaal veel te klinisch. En we doen te negatief over sociale huurwoningen. Die horen er ook bij en ze zorgen juist voor dynamiek. Iedere buurt heeft iets anders nodig.

Marcel is het - gek genoeg - eens met veel geluiden afkomstig uit de linkse hoek. Minder regeltjes graag. Waarom is het hier ’s avonds van maandag tot en met donderdag uitgestorven? Belachelijk, vindt hij. De stad moet bruisen! Dan vinden ook de expats het hier leuker. Goed, hij kijkt misschien vooral naar economische opbrengst, het kosten-baten-plaatje, en minder naar de inherente waarde van kunst en cultuur, maar wellicht sluit het één het ander niet uit. Sterker nog: misschien dat ze elkaar kunnen versterken.

Iemand uit het publiek: ‘Jullie hebben het steeds over de expats, en dat we leuk voor hen moeten zijn, maar moeten we niet eerst eens leuk zijn voor de Eindhovenaren?’

En daar hebben we de crux te pakken. Willen we een grote stad zijn, en een leuke stad, dan moeten we dat zijn voor onszelf én expats en toeristen. Dan moeten we technologie hebben en design, maar ook leuke feestjes en kleine, kunstzinnige projecten. Een stad gaat pas leven en bruisen als het dat allebéí heeft. Eén ding is zeker: beginners en innovators hebben voeding en ruimte nodig. Laat hen stikken en je haalt het hart uit een stad.

In feite is iedereen hier het met elkaar eens. Even los van de details en de invulling natuurlijk. Maar zelfs ASML heeft baat bij een bruisend nachtleven, en genoeg ruimte voor bloeiende creativiteit. Want een expat wíl helemaal niet alleen U2. Die wil in een stad het leven en de mogelijkheden voelen. Obscure feesten én grootse concerten van Janine Jansen. En dus óók op maandagavond. Vanuit het publiek wordt dit beaamd. Een aantal van hen probeert het nachtleven bijzonder te maken, door bijzondere feesten op bijzondere plekken, maar niet zelden worden ze daarbij tegengewerkt. Heb je die regeltjes weer. En Ward Rennen, directeur van onder andere het preHistorisch Dorp, denkt aan een heus stadsmuseum waar zowel Eindhovenaar als expat meer te weten kan komen over onze geschiedenis.

Het is simpel. Accommodeer en stimuleer zowel het kleine en nieuwe als het grote en winstgevende. Laat het een symbiose zijn.

terug naar het overzicht

Gerelateerde artikelen: